Quarantaine. We mogen nog hooguit een handje vol mensen aanraken en knuffelen. Maar een fijne masssage, lief schouderklopje of de trouwe kapper die lekker door je haar kroelt is momenteel uit den boze. Hoe doe jij dat nu? Hoe ontvangen we nu die zorg en warmte, waarnaar iedereen toch hunkert?

Elkaar aanraken is een eerste levensbehoefte. Baby’s leven van aangehaald en geknuffeld worden. Omhelzen als uiting van liefde, erkenning, geruststelling en bemoediging. Knuffelen is voor de kleintjes misschien wel belangrijker dan voeding. Het is groeistof. Maar dat geldt niet alleen voor baby’s. Want ook voor  volwassenen is elkaar aanraken heilzaam. Het lichaam maakt dan een stofje aan, dat ons doet genieten en ontspannen: oxytocine. Net zoals endorfine en dopamine is oxytocine een gelukshormoon. Het speelt bijvoorbeeld een rol bij vader-/moederbinding, vriendschappen en romantiek. Kortom, aanraken is een vitaal onderdeel van ons leven. 

Een alternatief voor waarachtig contact op 1,5 meter

Uitdaging

Hiermee is de quarantaine dus een flinke uitdaging. Want hoe toon je nu genegenheid en maak je die warme verbinding? 

Wat doe je wel, als aanraken niet kan? Hoe stel je jezelf voor? Hoe zorg je ervoor dat contact met anderen je toch werkelijk voldoening geeft? Dat ook een ontmoeting op 1,5 meter inspireert, verwarmt, ontspant en opent. Want, als dat gebeurt, maak je óók oxytocine aan.

Als handen geven niet meer kan

Contact op 1,5 meter kan ook geweldig zijn

Even een hand of schouder aanraken, net iets dichterbij komen, een arm om je heen voelen. Die kleine intimiteiten spreken boekdelen en wekken een fysiologische reactie op in ons lichaam, of we daar nu wel of niet bewust van zijn. We missen de handdruk die het begin en eind van een ontmoeting markeert, het ijs breekt of de gelegenheid geeft jezelf voor te stellen. Deze toenaderingen vervallen allemaal. 

Dus, kom je in deze quarantaine-tijd op straat een bekende tegen, dan zoek jij waarschijnlijk ook naar een nieuwe manier waarop jij je tot de ander kunt verhouden.

Het is precies op dat onbekende zoek-moment waar de uitdaging en de opening naar het nieuwe ligt.

Laat iets nieuws ontstaan: meer oogcontact

Aan sommige dingen gaan we in onze jachtige samenleving tot nu toe een beetje voorbij. Eén daarvan is oogcontact. En dan nog met name wat langer oogcontact. Doorgaans schampen onze blikken elkaar en alleen als je geluk hebt, tref je iemand die jou wat intenser aankijkt. In dat geval tref je het, want je raadt het al, op dat moment maak je oxytocine aan. 

Als handen geven niet meer kan

Houd je blik wat langer vast

Durf jij je blik in andermans ogen wat langer toe te laten dan ontstaat er een vanzelf een hechtere verbinding met je gesprekspartner. Dit kan tegelijkertijd echter ook confronterend zijn. De ander komt dichtbij en je kijkt werkelijk bij elkaar naar binnen. Je krijgt zonder woorden nieuwe informatie binnen. Dit gaat vaak over dingen die met het gevoel te maken hebben. Deze nabijheid kan je verlegen maken, of zenuwachtig. Maar als je door dat ongemak durft heen te gaan, komt er iets echt iets dierbaars voor in de plaats. Het is natuurlijk voor iedereen anders, maar het gaat om dingen als betrokkenheid, liefde, oprechte interesse en waarachtige verbinding. 

Even door de zure appel heen

De onwennigheid in het begin weerhoud je er misschien van om door te zetten. Maar als een topsporter bij het eerste pijntje opgeeft, gaan zijn prestaties niet vooruit. Dat is hier ook het geval. Je moet soms even door de zure appel heen bijten. En dat kun jij! Want als je weet waar je het voor doet, ga je op den duur zelfs verlangen naar meer oogcontact.

Heb je al enig vermoeden wat het oplevert? Mogelijke spanning of het gevoel van eenzaamheid smelten. Je ziet en wordt gezien. Je hoort en wordt gehoord en voelt dat het contact werkelijk ergens over gaat. En natuurlijk….. Je maakt oxytocine aan.

Eén van mijn lijfspreuken is: “Toon je moed en alle komt goed”.

Dus… probeer het eens, ontmoeten op 1,5 meter met intenser oogcontact

Zowel bij de eerste seconden als daarna. Neem eens het risico om de blik in andermans ogen wat langer aan te houden. Kijk naar de schoonheid, de rijkdom en de boodschap die je daar vindt. Ervaar maar wat er dan gebeurt. Houd stand. Blijf bij je gevoel, luister naar de ander of laat de woorden stromen die in je opkomen. Ga steeds weer terug naar het oogcontact én naar je eigen gevoel. Laat beiden een leidraad zijn voor de ontmoeting. Mogelijk word je beloond met een verrassend gesprek of een diep gevoel van genegenheid en voldoening. 

Lijkt het je lastig? 

Nou, je bent vast niet voor één gat te vangen. Begin in dat geval vertrouwd. Spreek er over met een huisgenoot of goede vriend of vriendin en experimenteer. Lach, ga terug en kalmeer je primaire onrust mocht die er zijn. En wil je zodra dat lukt wat verder? Verruim dan je ontdekkingstocht naar mensen van buiten je kleine kring. 

Nog een lijfspreuk van mij: “Doe wat je niet durft”, want dat schenkt je alle gelukshormonen tegelijk!

Helaas werkt oogcontact als oxytocine-producent niet in videogesprekken. Als je in de camera kijkt ziet de ander wel jouw ogen, maar jij niet die van de ander. En vice versa. Maar ook ik ben niet voor één gat te vangen. Dus lees de volgende keer hoe jij cameragesprekken ook een upgrade geeft. Er zijn echt eenvoudige, zeer bevredigende mogelijkheden voor.


Ik ben benieuwd wat oogcontact in quarantaine bij jou oproept en wat jouw ervaringen hiermee zijn. Ik ben blij met je reactie onder aan dit blog. Dank je wel.

X
X